Patiëntenvoorlichting Dystrofie
Complex regionaal pijnsyndroom type
I: dystrofie
Terug naar Home page
medisch behandelprotocol
dystrofie preventie
1. Wat is dystrofie?
Post-traumatische dystrofie of reflex sympathische dystrofie heet tegenwoordig complex regionaal pijnsyndroom type I (CRPS).
Het is een deels onbegrepen ziektebeeld dat zich uit in een aantal verschijnselen in het betreffende been of arm:
a. onbegrepen heftige pijn,
b. zwelling,
c. temperatuurverschil,
d. kleurverschil,
e. bewegingsbeperking.
Al deze klachten kunnen optreden of verergeren na bewegen of oefenen. Daarnaast komt zweten voor, toegenomen haargroei, nagelgroei, gevoelsstoornissen, spierzwakte en verkrampingen.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van de klachten die men heeft en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek.
2. Hoe ontstaat dystrofie?
Dystrofie kan ontstaan na
a. een letsel of ongeval (bv een kneuzing of botbreuk)
b. een operatie, of
c. het kan spontaan voorkomen.
3. Wie krijgt dystrofie en waarom?
Dat is niet duidelijk. Wel is bekend dat het vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomt. Ook wordt het steeds duidelijker dat roken een negatief effect heeft op het herstel van dystrofie.
4. Wat zijn de gevolgen?
Dystrofie geeft veel klachten: pijn en bewegingsbeperking. Dit leidt tot grote problemen voor de patiënt en haar/zijn omgeving. Mensen kunnen thuis, op hun werk, tijdens sport en andere (sociale) activiteiten niet meer goed of volledigfunctioneren. Hierdoor ontstaan spanningen en fricties. Het kan leiden tot ziekteverzuim, werkeloosheid, WAO en een sociaal isolement.
5. Wat kunnen we er aan doen?
Zoals zo vaak geldt: voorkomen is beter dan genezen. In Ziekenhuis Rivierenland krijgt een deel van de patiënten met bepaalde botbreuken reeds uit voorzorg vanaf de Eerste Hulp afdeling een medicament (ascorbinezuur = Vitamine C). Desondanks kan het ziektebeeld toch ontstaan. De behandeling bestaat dan uit het zoeken naar een eventuele oorzaak en het wegnemen van een bepaalde pijnprikkel. Indien deze niet gevonden wordt, worden er poliklinisch bepaalde medicijnen en pijnstillers voorgeschreven naast gedoseerde fysiotherapie.
6. Wat, indien er geen verbetering optreedt?
Het is een kwestie van veel geduld en uithoudingsvermogen: zowel voor de patiënt als voor de behandelaar.
Bij het merendeel van de patiënten vermindert op den duur een groot deel van de klachten wel. Bij degenen die restklachten houden zijn er soms ook andere aanpassingen nodig. Hiervoor wordt hulp gezocht bij ergotherapeut of revalidatie-arts.
7. Contact
Voor verdere vragen omtrent uw aandoening en/of behandeling kunt u terecht bij uw behandelend arts en/of fysiotherapeut of bij:
Nederlandse Vereniging van
Post-traumatische Dystrofie patiënten
Postbus 31157
6500 CD Nijmegen