Rap op Stap met een nieuwe knie of knieprothese.
Hoofdstuk 1 t/m 4.
1. Inleiding.
2. Hoe zit uw kniegewricht in elkaar?
3. Wat houdt artrose (slijtage) in?
4. Klachten van een versleten kniegewricht.
Verder naar hoofdstuk 5-8.
Terug naar inhoudsopgave totale knieprothese
Terug naar Home page
  • 1. Inleiding.

  • Binnenkort moet u een besluit nemen, of misschien heeft u inmiddels deze beslissing al genomen, om zich aan uw versleten knie te laten opereren. Hierbij wordt Uw versleten kniegewricht vervangen door een kunstkniegewricht, een zg. knieprothese. U wilt immers de pijn kwijt, die Uw versleten kniegewricht u bezorgt. In deze folder vindt U informatie over het kniegewricht, de slijtage, de voor-bereidingen voor de operatie, de opname, de operatie en de nazorg.
    Vervanging van het kniegewricht door een kunstknie, een prothese, is een zeer veel voorkomende operatie. Toch is de operatie (per jaar in Nederland 15.000-20.000 patiënten) geen kleinigheid. Het herstel vraagt veel wilskracht, inzet en inspanning zowel van de patiënt als van haar of zijn naaste omgeving. Door een goede voorbereiding kunt U zich onnodige spanningen en teleurstellingen besparen.

  • 2. Hoe zit uw kniegewricht in elkaar?

  • Het kniegewricht wordt gevormd door drie botuiteinden. Dit zijn de onderkant van het dijbeen, de bovenkant van het scheenbeen en de knieschijf.Zowel het uiteinde van het dijbeen als zijn de bovenkant van het scheenbeen bedekt met een gladde laag kraakbeen. Ook de achterzijde van de knieschijf is hiermee bedekt. Dit kraakbeen is elastisch, kan schokken en stoten opvangen. Zolang dit oppervlak van goede kwaliteit is, kan dit gewricht tot op hoge leeftijd pijnloos functioneren. Tussen de botuiteinden van het dijbeen en het scheenbeen bevinden zich in elke knie een meniscus aan de binnen- en aan de buitenzijde. De meniscus functioneert als een lager, die de wrijving vermindert.

    Bij sommigen echter, wordt de kraakbeenlaag zo slecht van kwaliteit, dat deze gaat afslijten. Deze slijtage wordt artrose genoemd. Meestal betreft het gewone slijtage op oudere leeftijd, maar soms ook op jongere leeftijd. Oorzaken van slijtage in de knie zijn ondermeer een ongeval, een botbreuk, overgewicht of een reumatische ontsteking. Ook als uw meniscus verwijderd is, verhoogt dit de kans op versnelde slijtage.
  • 3. Wat houdt artrose (slijtage) in?

  • 3.1 Gewrichtskraakbeen.
    Tengevolge van slijtage wordt het gewrichtskraakbeen minder elastisch en droogt uit. Er komen scheurtjes in en het wordt onregelmatig. Hierdoor verliest het zijn gladheid.

    3.2 Botwoekeringen.
    Niet alleen het kraakbeen ondergaat veranderingen, maar ook het bot. Aan de randen van het gewrichtsoppervlak ontstaan botwoekeringen, zoals te zien is op onderstaande röntgenfoto. Hierdoor worden de fraaie gladde oppervlakten in het kniegewricht misvormd. Er ontstaat een ruw oppervlak met vaak een standsafwijking van het onderbeen. (X-of O-beenstand).


    3.3 Gewrichtskapsel.
    Dit wordt dikker en stugger, waardoor het gewricht nog stijver wordt.

    3.4 Kniespieren.
    Doordat deze spieren niet meer normaal functioneren worden zij korter, waardoor de kracht en de omvang van deze spieren afnemen.

  • 4. Klachten van een versleten kniegewricht.

  • 4.1 Pijn.
    Pijn is de belangrijkste klacht van slijtage in een kniegewricht. De pijn wordt meestal in de gehele knie gevoeld. Maar ook wel alleen aan de binnenzijde, de buitenzijde of achter de knieschijf. In het begin is er alleen pijn bij het opstaan na een periode van rust. Dit noemt men de "startpijn" (na een paar stappen wordt de pijn meestal minder). Bij toename van de slijtage kan de pijn ook in rust blijven bestaan. Men wordt dan ook ‘s nachts wakker van de pijn.

    4.2 Stijfheid.
    Deze wordt aanvankelijk vooral na de nachtrust gevoeld, de zogenaamde "ochtendstijfheid". Deze stijfheid in de knie neemt geleidelijk aan toe. De patiënt krijgt problemen met het aantrekken van kousen en schoenen. Kunstjes worden verzonnen om dit toch alleen te kunnen doen.

    4.3 Standsafwijking.
    Er kan zich een X-of O-beenstand ontwikkelen, afhankelijk van de plaats van de slijtage. De ernst van de slijtage wordt mede vastgesteld door röntgenfoto’s en zonodig met een kijkoperatie.

    4.4 Moeite met lopen.
    Bij het lopen wordt men aanvankelijk geplaagd door startpijn en ochtendstijfheid. Bij ernstige slijtage loopt de patiënt voortdurend mank met pijn. Op den duur zijn de klachten zo heftig, dat bij het lopen een stok of een kruk gebruikt moet worden. De X-of O-beenstand van de knie kan een instabiel gevoel geven.

    4.5 Fietsen.
    Fietsen gaat vaak veel beter dan lopen.
    Verder naar hoofdstuk 5-8.
    Terug naar inhoudsopgave totale knieprothese
    Terug naar Home page