Rap op Stap
met een nieuwe knie of knieprothese.
Hoofdstuk 9 t/m 12.
9. De verdoving.
10. De operatie.
11. Na de operatie.
12. Wanneer mag u naar huis?
Verder naar hoofdstuk 13-15.
Terug naar inhoudsopgave totale knieprothese
Terug naar Home page
9. De verdoving.
Deze operatie kan tegenwoordig ook op hogere leeftijd nog worden uitgevoerd.
Een gedeeltelijke verdoving door middel van een ruggenprik heeft vaak de voorkeur.
Hierbij is alleen het onderlichaam verdoofd. Deze manier van verdoven is een veilige methode.
Eventueel kan er nog een licht slaapmiddel bij gegeven worden.
Dan ziet of hoort u weinig tot niets van de operatiekamer en de operatie.
De operatie kan meestal ook, als u dit wenst, onder volledige narcose worden uitgevoerd.
Dit kunt u bespreken met de anaesthesist, met wie u voor de operatie nog een gesprek heeft.
Uitgebreide informatie over de verdoving
vindt u op de bijdrage van de maatschap anesthesiologie
ziekenhuis Rivierenland Tiel.
10. De operatie.
De operatie zelf duurt meestal 60�90 minuten.
U ligt op uw rug op de operatietafel en door diverse steunen wordt Uw knie in positie gehouden.
Er wordt een strakke band om het bovenbeen aangelegd.
Hierdoor zal er bijna geen bloed meer in het been aanwezig zijn.
Het opereren kan dan veel overzichtelijker gebeuren.
De gebruikte operatieve wond gaat via verticale snede van � 20 centimeter langs de binnenzijde
van de knieschijf.
De slechte oppervlakken van het dijbeen en scheenbeen worden met mallen op maat pas klaar
gemaakt. De prothesendelen worden vervolgens met botcement respectievelijk in het dij-en
scheenbeen vastgeplakt. Een plastic schijfje tussen deze metalen delen zorgt voor een
soepele en stabiele beweging in het kniegewricht.
De knieschijf wordt meestal niet vernieuwd. Bij slechts 1 á 2 % van de patiënten
is het achteraf nodig om in verband met pijn de knieschijf als nog te vervangen.
Tijdens en soms ook nog een paar dagen na de operatie krijgt U antibiotica om de kans op
infecties te verkleinen. U heeft altijd een infuus waardoor vocht of bloed toegediend kan worden.
Dit is nodig om het verlies tijdens de operatie aan te vullen.
Bij de wond komt een slangetje door de huid naar buiten om wondvocht af te voeren,
een zg. "drain".
Direct na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gereden, waar gedurende de eerste
uren intensieve bewaking plaatsvindt.
Soms kunt u na de operatie misselijk worden, waarvoor medicijnen toegediend kunnen worden.
Zodra u weer in een stabiele situatie verkeert, wordt u naar de verpleegafdeling teruggebracht.
11. Na de operatie.
11.1 Fysiotherapie.
Onder leiding van de fysiotherapeut bengelt U de 1e dag na de operatie met benen buiten bed.
In bed wordt Uw knie op een elektrische oefenbank vanzelf doorbewogen.
Vanaf de 2e dag zet U de eerste stappen weer met een rekje of met twee elleboogs-krukken.
De eerste twee tot drie dagen zijn de vervelendste dagen, daarna gaat U snel vooruit.
Indien nodig wordt U ook geleerd hoe U trappen moet lopen.
11.2 Ontstolling.
Tijdens Uw opname en nog gedurende 6 weken na de operatie krijgt U medicijnen om thrombose
tegen te gaan. Bij thrombose ontstaat er een ongewenst stolsel in een bloedvat,
meestal in de kuitader.
12. Wanneer mag u naar huis?
Tussen de 5e en 8e dag kunt u meestal naar huis.
Dit natuurlijk alleen als de wond er goed uitziet en als u thuis (eventueel met hulp) voor uzelf
kunt zorgen.
In enkele gevallen heeft u nog hulp nodig
bij het aantrekken van kous of panty.
Op de dag van ontslag ontvangt u van de verpleegkundige:
A afsprakenkaart met afspraak voor het komende polibezoek.
B machtiging voor fysiotherapie
C kaart van de trombosedienst
D recepten-formulier voor alle nieuwe medicijnen, bestemd voor uw eigen apotheek.
Op de dag van ontslag kunt u tussen 10:00 en 11:00 uur opgehaald worden. Wij verzoeken u zich aan deze �uitcheck-tijd�
te houden i.v.m. de opname van nieuwe pati�nten. Afhankelijk van uw persoonlijke woonsituatie zult u thuis nog enige tijd
hulp nodig hebben.
12.1 Naar huis.
Normaal gesproken gaat u naar huis en redt u zich met hulp van familieleden (mantelzorg).
Tijdens de voorlichtingsbijeenkomst (7.6) wordt door de verpleegkundige met u en uw familie
besproken welke nazorg er nodig is als u naar huis gaat.
12.2 Naar huis met thuiszorg.
U gaat naar huis (of naar familie) met inschakeling van hulp van de thuiszorg.
U kunt hulp krijgen bij het wassen en aankleden. Ook huishoudelijke hulp
en "Tafeltje Dekje�� kunnen geregeld worden.
12.3 Naar een TOP-kamer.
U gaat vanuit het ziekenhuis naar een tijdelijke kamer in een verzorgingshuis
(een TOP-kamer). In het verzorgingshuis zal men u ondersteunen bij de zelfzorg.
Tevens heeft u 24 uur per dag de mogelijkheid hulp te vragen.
De fysiotherapeutische revalidatie in een TOP-kamer is te vergelijken met de thuissituatie.
Verder naar hoofdstuk 13-15.
Terug naar inhoudsopgave totale knieprothese
Terug naar Home page