Rap op Stap
met een nieuwe knie of knieprothese.
Hoofdstukken 16 en 17.
16. Complicaties.
17. Na-controle.
Verder naar hoofdstuk 18-22.
Terug naar inhoudsopgave totale knieprothese
Terug naar Home page
16. Complicaties.
Ondanks alle zorg, die aan de operatie wordt besteed, kunnen er soms toch complicaties optreden.
Als u ��n van de onderstaande verschijnselen bemerkt moet u niet contact opnemen met uw huisarts maar
wel met de verpleegafdeling orthopaedie: telefoon 0344-674649
16.1 Nabloeding.
16.2 Infectie.
16.3 Koorts.
16.4 Lekken van de wond.
16.5 Trombose
16.6 Ontwrichting van de knieschijf.
16.6 Loslating van de prothese.
16.7 Zenuwbeschadiging.
16.9 Pijn rondom de knieschijf.
16.1 Nabloeding.
In de eerste 2 weken na de operatie kan een lekkend bloedvat ervoor zorgen dat bloed zich ophoopt
in de knie. Soms komt er bloed door de wond naar buiten (dit is wat anders dan
wondvocht, zie 16.3). Het gewricht wordt rood, erg dik en pijnlijk.
16.2 Infectie.
Ontsteking van de operatiewond kan het gevolg zijn van irritatie door de bloeduitstorting
die altijd optreedt. Men spreekt van infectie als de ontsteking veroorzaakt door
bacteriëen. Als er een infectie bij de prothese optreedt, kan dit leiden tot
loslating van de prothese. Men onderscheidt vroege- en late infecties.
Vroege infectie ontstaat kort na de operatie.
Kenmerken hiervan zijn: plaatselijke roodheid,
zwelling en pijn. De operatiewond kan (opnieuw) wondvocht of pus lekken.
Meestal lukt het in dit stadium de infectie te genezen met antibiotica per infuus.
Er dient zo spoedig mogelijk een orthopeed naar uw knie te kijken, reden om
contact op te nemen met de verpleegafdeling orthopedie (en niet met de huisarts).
Late infectie komt soms pas na maanden of jaren voor het
eerst aan het licht. Kenmerk hiervan is voornamelijk pijn in het kniegebied bij het in
beweging komen en bij lopen.
Besmetting met bacterieën kan tijdens de operatie opgelopen worden, zonder bekende oorzaak.
Dit is de reden dat elke patiënt tijdens de operatie antibiotica krijgt toegediend.
Ook kan een infectie elders in het lichaam via de bloedbaan overslaan naar de prothese,
waardoor dit gewricht ontstoken raakt.
Vroeg of laat: een infectie is een zeer ernstige complicatie.
Het kan zelfs aanleiding zijn om de prothese te verwijderen zonder dat een nieuwe kan worden
geplaatst. De infectie dient eerst volledig te zijn genezen,
iets waarvoor vaak diverse operaties nodig zijn.
Voorkomen is beter dan genezen. Onder bepaalde omstandigheden, zoals bij tandheelkundige ingrepen,
is bescherming van uw knieprothese (hoofdstuk 7.2)
belangrijk.
16.3 Koorts.
De eerste week na operatie is dit vaak het gevolg van de operatie zelf, bij aanhoudende
temperatuursverhoging echter een teken van ontsteking.
16.4 Lekken van de wond.
Als uw wond spontaan (wond-)vocht gaat lekken na ontslag uit het ziekenhuis is dit een reden
om contact op te nemen met de afdeling orthopedie.
16.5 Trombose.
Bij trombose ontstaat er een (ongewenst) stolsel in een bloedvat, meestal in de kuitader.
Het onderbeen is hierbij pijnlijk, zwelt op en wordt licht rood en glanzend. Het is mogelijk
dat trombose ontstaat ondanks antistollingsmedicijnen!
Bij verdenking op trombose kunt u contact
met uw huisarts opnemen of met de verpleegafdeling orthopedie.
16.6 Ontwrichting van de knieschijf.
Ontwrichting of luxatie van de knieschijf is een zeldzame complicatie die gepaard gaat met pijn.
Het been is niet meer te belasten. Uw knieschijf zal in het ziekenhuis recht gezet moeten worden.
Hiervoor neemt u contact op met de huisarts.
16.6 Loslating van de prothese.
De levensduur van een knieprothese is niet onbeperkt. Van de prothese mag verwacht worden dat
deze zo'n 15 jaar meegaat, als er zich geen complicaties voordoen. Het kan dan nodig zijn de
prothese te vervangen. Een tweede operatie is altijd een grotere ingreep en het
revalidatieproces duurt ook langer.
Als er zich een infectie voordoet, en dit uit zich soms pas jaren na operatie, kan dit ook een
aanleiding zijn tot vervroegd verwijderen van de prothese. Zoals gemeld kunnen infecties
elders -aan het gebit bijvoorbeeld- infectie van uw knieprothese veroorzaken. Het verdient
daarom aanbeveling uit voorzorg antibiotica in te nemen als u een tandheelkundige ingreep
moet ondergaan.
16.7 Zenuwbeschadiging.
Er is een kleine kans, dat ten gevolge van de operatie een zenuw bij de knie
uitgerekt of beschadigd wordt. Er ontstaat dan een gedeeltelijk gevoelloze en of een
verlamde voet. Meestal is deze zenuwuitval van tijdelijke aard.
Zodra u een gevoelloze en of een verlamde voet bemerkt, meldt u dit aan uw orthopedisch chirurg.
16.9 Pijn rondom de knieschijf.
Soms spoort de knieschijf niet goed of de knieschijf blijft heel gevoelig. Het buigen en
strekken is dan erg pijnlijk. Zodra u dit bemerkt, meldt u dit aan uw orthopaedisch chirurg.
17. Na-controle.
De na-controle vindt plaats in de polikliniek Tiel of Culemborg.
Een afspraak hiervoor krijgt u bij ontslag uit het ziekenhuis.
Verder naar hoofdstuk 18-22.
Terug naar inhoudsopgave totale knieprothese
Terug naar Home page